Vrijwilligers houden vinger aan de pols van akkervogels

WesterwoldeActueel.nl

GRONINGEN – Hieronder een door Werkgroep Grauwe Kiekendief geschreven stuk over belangrijke tellingen van akkervogels in met name de provincie Groningen.

Oost Groningen is voor Werkgroep Grauwe Kiekendief al sinds 1990 van grote betekenis als het gaat om het beschermen van akkervogels en specifiek van de in Nederland zeldzame Grauwe en Blauwe Kiekendief. Het is de regio waar ze vanaf 2009 vrijwillig en met vrijwilligers bezig zijn met het in kaart brengen van akkervogeldichtheden.

Om mensen in het gebied te kunnen informeren en enthousiast te maken over het hoe en het waarom van deze tellingen stuurden zij ons onderstaand persbericht:

Veldleeuwerik, gele kwikstaart, geelgors, graspieper, kievit; zomaar een aantal vogels uit onze akkergebieden. Zij hebben één ding gemeen: ze staan allemaal onder druk door de grote en snelle veranderingen op het boerenland. De veldleeuwerik bijvoorbeeld, is sinds 1960 met minstens 96% afgenomen. De patrijs met 93%. Europa, rijk en provincies proberen de natuur in akkergebieden te herstellen door boeren natuurmaatregelen te laten treffen. Een voorbeeld hiervan zijn de faunaranden; onbewerkte stroken met wilde planten en granen langs de randen van akkers. Een nieuwe maatregel is de Vogelakker; een luzerneperceel doorsneden met stroken wilde planten. Vogels profiteren van deze stukjes natuurlijke vegetatie tussen de akkers doordat er insecten en muizen leven; voer voor zowel volwassen vogels als kuikens.

Het Meetnet Agrarische Soorten (MAS) is opgezet om vogeltellingen uit te voeren in agrarisch gebied. In deze methode wordt op vaste punten telkens tien minuten geteld, in vier rondes tussen 1 april en 15 juli. Vorig jaar werd in de noordelijke provincies door 50 tellers op meer dan 850 plaatsen geteld volgens de MAS-methode. De vijf talrijkste broedvogels waren: veldleeuwerik (1680× geteld), gele kwikstaart (1650), kievit (1373), wilde eend (1062) en graspieper (925). Ook worden er veel vogels geteld die niet in het gebied broedden maar bijvoorbeeld doortrokken. Deze top-5 was: brandgans (26,776), spreeuw (7200), kokmeeuw (2721), graspieper (1912) en wilde eend (1687). Deze grote hoeveelheid gegevens wordt gebruikt als onderdeel van de monitoring van natuur in verschillende provincies, en vormt ook een bron voor onderzoek naar natuurbeheer in agrarisch gebied. De MAS-methode is daarmee een middel om de vinger aan de pols van akkervogels te kunnen houden.

Werkgroep Grauwe Kiekendief coördineert sinds 2009 MAS-tellingen in de noordelijke provincies, en is op zoek naar mensen die daar mee willen doen aan de tellingen in het komende broedseizoen. Van tellers wordt gevraagd dat zij de algemene akkervogelsoorten kunnen herkennen, en dat zij tussen 1 april en 15 juli vier keer een aantal MAS-telpunten willen bezoeken. Elke telling duurt tien minuten per punt. De locatie en het aantal punten wordt in overleg bepaald. Nieuwe tellers worden ingewerkt en begeleid door medewerkers van Werkgroep Grauwe Kiekendief. Wie belangstelling heeft voor akkergebieden en deze eens op andere manier wil beleven door er te gaan tellen kan zich aanmelden bij popko.wiersma@grauwekiekendief.nl.

Op de foto’s twee soorten akkervogels (Gele Kwikstaart en Veldleeuwerik) en de verspreidingskaarten van 2014.
Tekst en foto’s: Werkgroep Grauwe Kiekendief

no images were found

Op het beeldmateriaal op de website van RTV Westerwolde rusten auteursrechten.