Column ‘Geplaas’ in Brunchroom gemist?

Erik Rouppé

VRIESCHELOO – Heeft u de column van Erik Rouppé afgelopen zaterdag tijdens het tweede uur van Brunchroom gemist? Lees (of luister) ‘m dan hier terug. Dit keer weer een Kanarieklassieker over De Goddelijke Kanaries van de voetbalvereniging Veelerveen, die afscheid moesten nemen van Linke Leo.

De Goddelijke Kanaries: Exit linke Leo

Vandaag weer even een Goddelijke Kanarieklassieker. Aan het einde van het seizoen 2013-2014 nam onze toenmalige linker vleugelverdediger Linke Leo Janson noodgedwongen afscheid van het voetbal. Poot’n kapot. Zijn aan de overige Kanarieleden gericht afscheidsepos van toen was in tegenstelling tot zijn voetbalkwaliteiten van bijzonder hoog kaliber. Ik citeer:

“Janssen en Janson, what’s in a name, ‘het leven’ nooit geschuwd, altijd rekenend op dozijnen engelen, maar nu even niet, beide knieën, links en rechts, naar de klote….
Kijkend naar het geroep van een uil hoog boven een donker trainingsveld, bal gemist, de lach langs me heen laten glijdend, ouwehoeren zoals alleen kerels kunnen….
Het gras op de golfbaan ruikt anders, Richard is nu nog de enige uit het westen, sorry Remi, misschien dat die andere ‘uit het westen’ zijn chagrijn eens uitspreekt…..
Willen voetballen maar niet kunnen is voor Theo en mij wel een heel hard gelag (ch), tel je zegeningen zou ik zo zeggen al was het alleen maar voor ‘Remi uit het Westen’…..
Scoren en falen, hard en meedogenloos en altijd weer spijt, nu even niet, ‘bot op bot’ zei die, het pad van spelend ‘lid’ naar berustend ‘donateur’ is ingezet, bedankt voor alles……….”

Was getekend: Linke Leo Janson.

Is dit een binnenkomer of is dit een binnenkomer? Pure Poëzie met twee keer een hoofdletter P wat mij betreft. Voor al die mensen die bovenstaand literair hoogstandje nog niet hebben begrepen: Linke Leo heeft er noodgedwongen de brui aan moeten geven. Kicksjes aan de wilgen gehangen, poten definitief finaal naar de kloten. Maar wat een uiterst bijzondere manier om aan je teamgenoten kenbaar te maken dat je op je ouwe dag moet stoppen met voetballen, vindt u niet? Watertanden voor al die lezers onder u, die ook maar een beetje affiniteit hebben met onze Nederlandse taal. Kan niet anders. Alleen wel jammer dat ik het zelf niet heb geschreven. Laten we het zaakje dan maar even grondig ontleden en afspiegelen aan of projecteren op De Goddelijke Kanaries.

“Janssen en Janson, what’s in a name, ‘het leven’ nooit geschuwd, altijd rekenend op dozijnen engelen, maar nu even niet, beide knieën, links en rechts, naar de klote….”
Hierbij trekt Linke Leo duidelijk de vergelijking met zijn Arnhemmer pijnlijke evenknie Theo Janssen. Theo heeft namelijk ook tatoeages. Linke Theo. Voor de rest lopen wat mij betreft alle vergelijkingen op voetbalgebied al in een prematuur stadium spaak. Of je moet “iemand meedogenloos binnen de zestien plat op de snoete leggen” onder die term willen scharen. Wie herinnert zich niet de totaal onverwachte, doch met voorbedachten rade, dus zeker niet onbezonnen, platlegacties van Linke Leo? Soms binnen de zestien, soms daarbuiten. Ik heb tegenstanders in ons doelgebied in het natte gras als een neergeschoten hoogbejaarde capibara op hun giecheltje zien ploffen, terwijl de bal nog bij de cornervlag lag. Klaar om genomen te worden. Niemand wat gezien, Leo met zijn handjes in de lucht. De vermoorde onschuld. Het leven nooit geschuwd, rekenend op dozijnen engelen………

“Kijkend naar het geroep van een uil hoog boven een donker trainingsveld, bal gemist, de lach langs me heen laten glijdend, ouwehoeren zoals alleen kerels kunnen….”
Ziet u ons, spelers van het derde elftal van de voetbalvereniging Veelerveen, De Goddelijke Kanaries, al lopen op een troosteloze regenachtige avond ergens in november? De regen gutst met bakken uit de hemel, drie graden boven nul, zes man op de training. Net niet te weinig, maar eigenlijk ook net niet genoeg om het licht te laten branden. Afwerkoefening. Niet al te moeilijk. Bal inspelen op trainer/coach Jan Leidt die op de zestienmeterlijn staat, kaatsen en op doel rossen. Onze keeper Arjan Redt staat doorweekt en met de blubber in zijn oren te kleumen op de doellijn. Klaar om alle inzetten te pareren. Veruit de meeste ballen verdwijnen echter in het vangnet achter het doel, of erger nog: in de bosjes. De Boomlange Torres jr. presteert het zelfs tot twee keer toe om tijdens het afwerken trainer/coach Jan Leidt bijna uit te schakelen. Jan kan nog net op tijd bukken en/of opzij stappen. Wubbo z-side Mulder is aan de beurt. Wubbo, behept met een overvloed aan allerlei (voor het grootste deel nutteloze) talenten is nou niet bepaald een begenadigd schutter. Het heeft vaak meer weg van een push bij dameshockey. Klein pushje dan. Bescheiden aanloopje, rokje in de plooi, lichaam half gedraaid en inschuiven die handel…. Inspeelpass gaat goed, kaatsbal van Jan is in principe ook in orde. Daar komt Wubbo door de plenzende regen aangehobbeld. Als altijd die verschrikkelijke grimas. Wanneer Wubbo bijna bij de bal is zwaait hij zijn rechter been naar achteren, om het leer in de richting van Arjan Redt te kunnen schuiven. Maar de bal blijft in een plasje water liggen en Wubbo kan het tij dan niet meer keren. Hij mist de bal volkomen, glijdt weg met zijn standbeen en belandt achterover op zijn fijn behaarde Goddelijke billetjes in een grote bruine modderpoel. Natte kont, doodse stilte. In de verte durft alleen een ransuil zijn snaveltje open te trekken: “Oehoeoehoeoeoeooeoeoeo…..”. En dan die bulderende lach. Arme Wubbo…..

Het gras op de golfbaan ruikt anders, Richard is nu nog de enige uit het westen, sorry Remi, misschien dat die andere ‘uit het westen’ zijn chagrijn eens uitspreekt…..
Natuurlijk ziet het leven er anders uit wanneer je weet dat je nooit meer kunt voetballen. Je gaat eigenlijk gewoon een beetje dood. Bot op bot is niet mals, doet pijn, gaat niet over, nooit over. Wat rest is het zoeken naar alternatieven of uitvluchten. Je zoekt een hobby. Een hobby waarbij je je versleten Goddelijke poten een klein beetje kunt ontzien. Rijst verzamelen, wildplassen, barbiepoppen sparen, vleermuizen verven, kotszakken vullen, ufo spotten, koeknuffelen. Het kan allemaal, maar veruit de meeste topvoetballers gaan golfen na hun actieve loopbaan. Balletje rammen tot ie in het gaatje rolt. Ook best leuk, maar het gras op de green is niet het gras van een Oostgroninger zestienmetergebied. Het is veel te netjes, veel te groen, er is geen pennelstip en het ruikt anders. Om over de kleedkamer nog maar niet te spreken. De humor, de toewijding, de spanning en weer die geur. Oudemannenzweet, bierwinden, Duitse pferdebalsem, frituurhapjes en bier. Nee, het is een voorrecht om Goddelijke Kanarie te kunnen zijn, met de nadruk op kunnen. En Leo wil dat een ieder daarvan doordrongen is. Want eens dan komt het moment…..

Willen voetballen maar niet kunnen is voor Theo en mij wel een heel hard gelag (ch), tel je zegeningen zou ik zo zeggen al was het alleen maar voor ‘Remi uit het Westen’…..
Zomaar een competitiewedstrijd van het afgelopen seizoen. Onze licht corpulente, maar onverwoestbare rechtsmidden Folcao staat ergens halverwege onze eigen helft geposteerd met zijn beide schoentjes in het natte gras. Folcao kan dodelijk hard schieten, maar hij staat wat ongeïnspireerd om zich heen te koekeloeren. Lopen doet hij niet, kan hij niet, wil hij niet. “Rennen is voor jonge kerels beneden de honderd kilo. Die tijd heb ik gehad, ik heb er de lichaam niet meer voor. Ik doe het gewoon niet meer. Het heeft toch geen zin”, vertelde hij mij eens. Zal wel. Folcao loopt zo belachelijk weinig dat we hem ooit onder de wedstrijd tijdens een fikse hoosbij noodgedwongen met een paar man hebben moeten verplaatsen. Hij was bij de zijlijn tot zijn knieën in de derrie gezakt en de situatie begon langzaamaan penibel te worden.
Dieptepass over de rechterflank richting onze achterlijn. De directe tegenstander van Folcao, mannetje van een jaar of vijfenvijftig, grijs en kalend, kilootje of zeventig, gaat diep. Om de aanval onschadelijk te kunnen maken moet Folcao eigenlijk een klein stukje teruglopen. Het hoeft niet hard, hij kan immers binnendoor, als hij het maar doet. Maar hij doet het niet. Hij verrekt het gewoon. Het enige wat Folcao beweegt is zijn hoofd. Hij gluurt hypocriet over zijn schouder alsof hij daar een medespeler verwacht. Willen is kunnen, niet willen is dus niet kunnen. Niet kunnen maar wel willen is zwaar kloten. Wat over blijft zijn de hoogtepuntjes uit het verleden, hoe spaarzaam ook….

Scoren en falen, hard en meedogenloos en altijd weer spijt, nu even niet, ‘bot op bot’ zei die, het pad van spelend ‘lid’ naar berustend ‘donateur’ is ingezet, bedankt voor alles……….”
Linke Leo, vijfenvijftig jaren jong. Beetje grijs, knappe kerel, helemaal voor zijn leeftijd. Stond eigenlijk altijd linksback. Perfecte positie voor hem. Schoem op de bek, beetje schoffelen, bikkelen tot hij zwart zag. Tegenstander met een van pijn vertrokken gezicht plat op de snoete. Sorry! Leo met zijn handjes in de lucht. Af en toe mee naar voren, doelpuntje meepikken. Soms met enig fortuin, soms ook niet. “Bot op bot”, zo wees de scan uit. Einde oefening voor Linke Leo. Dank voor de inspiratie, Leo….

Erik Rouppé