Chanoekaviering in Bourtange sfeervol verlopen

Foto: Geert Smit

BOURTANGE – Vanmiddag werden door Rabbijn Shimon Evers uit Amersfoort en burgemeester Leendert Klaassen van de gemeente Westerwolde vijf lichtjes van de chanoekakandelaar op het marktplein in Bourtange aangestoken.

Rabbijn Evers verving opperrabbijn Binyomin Jacobs die vanwege een feestelijke gebeurtenis in de familiekring verstek moest laten gaan. Na een welkomstwoord door de voorzitter van de Vrienden van de Synagoge” Willem Fokkens, die speciaal een grote groep Duitse gasten van de synagoge August-Gottschalk-Haus Esens welkom heette, werd de Chanoekaviering in de synagoge geleid door rabbijn Shimon Evers.

Daarna gingen de bezoekers met elkaar naar het Marktplein waar burgemeester Klaassen de eerste lamp van de grote chanoekakandelaar ontstak. Hij zei dat hij vereerd was dat hij bij deze viering aanwezig mocht zijn en benadrukte het belang van het vieren van een traditie als het Chanoekafeest.

Rabbijn Evers ontstak daarna vier lampen van kandelaar. Dit beeldt dan de vierde dag uit van het wonder van Chanoeka. Hij sprak erover dat niet alleen het wonder van de olie belangrijk is, maar dat ruim 2000 jaar later dit nog steeds een wonder is en mensen bij elkaar brengt. Hij riep de aanwezigen op  het licht, de warmte en genegenheid om zich heen te verspreiden in een donkere wereld.
Hij bracht de aanwezigen de groet “Chag Chanuka sameach”, oftewel een feestelijke een “vreugdevol feest” over van opperrabbijn Jacobs.

Het Chanoekafeest duurt acht dagen. Dit ter nagedachtenis aan het ‘chanoekawonder’ in de Tempel van Jeruzalem in 164 voor Christus. Het verhaal van Chanoeka draait om Juda de Maccabeër, een man uit een familie van hogepriesters. Juda leefde in het Hellenistische tijdperk, toen de Joden wat betreft hun geloofsbelijdenis zwaar onderdrukt werden. Het kwam zelfs zover dat de Seleucidische Grieken de Tempel in Jeruzalem ontwijdden door op het altaar een varken te offeren, een dier dat voor Joden onrein is volgens de spijswetten. Ook wilden de Grieken een beeld van Zeus in de Tempel neerzetten.

Een groepje onder leiding van Juda besloot terug te slaan. Zij kregen steeds meer aanhangers en ze wonnen steeds meer stukken land terug uit de handen van de vijand.
Toen ze echter na een bloedige de Tempel weer binnenkwamen, zagen ze dat de Grieken alles hadden vernield.

De hoge menora (de zevenarmige kandelaar) die in de Tempel stond was door de Grieken omgegooid en moest weer recht gezet worden. De priesters merkten dat er geen oliekruiken meer waren. Ze vonden echter nog een klein kruikje, met daarin nog net genoeg olie om de menora één dag te laten branden.

De menora werd aangestoken en de Tempel werd her ingewijd. De priesters konden echter geen ritueel gezuiverde olijfolie vinden om de menora te laten branden. En hier begint het wonder. De volgende dag was het kruikje opeens weer vol. Dat gebeurde ook de volgende acht dagen. Op een wonderbare wijze was de kleine hoeveelheid olie uit het gevonden kruikje dus voldoende voor acht dagen, de tijd die nodig was om nieuwe olie te persen en te zuiveren.

Daarop vierden de hogepriester, priesters, Makkabeeën en het gewone volk een groot feest en de hogepriester stelde dit feest in op dezelfde tijd van het jaar, de maand kislew, opdat de Joden deze wonderlijke gebeurtenis niet zouden vergeten.
Daarom vieren de Joden jaarlijks vanaf de 25e kislew het feest van Chanoeka, dat ‘Herinwijding’ betekent. Deze maand valt ongeveer samen met de tweede helft van november en de eerste helft van december.
Tijdens Chanoeka zijn het aansteken van kaarsjes in de chanoekia, eten van soefganiot en latkes, uitdelen van Chanoeka-geld of cadeautjes en het spelen met de dreidel de voornaamste gebruiken.

Aansluitend aan de plechtigheid op het Marktplein was er voor de aanwezigen koffie, thee en broodjes in de Turfschuur.

Verslag en foto’s: Geert Smit

Op het beeldmateriaal op de website van RTV Westerwolde rusten auteursrechten.