Verslag van Ooldrik Modderman van het ommetje rond de van Bommelhoeve

Foto ingezonden door Ooldrik Modderman

VLAGTWEDDE – Vanmorgen was er een wandeling met wandelcoach Etljo Glazenburg rond de van Bommelhoeve. Ooldrik Modderman, die vandaag ook fungeerde als wandelcoach, maakte onderstaand verslag.

Woensdagmorgen 04-12-2019 om 8 uur in de auto richting het mooie Westerwolde. Na Winschoten richting Wedderbergen kwam de zon de mooi op. Dus maar uit de auto bij Wedde en een prachtige foto kunnen maken van de zonsopkomst. Daarna maar snel doorgereden naar ons startpunt: Herberg de van Bommelhoeve, Winselweg te Vlagtwedde. Altijd weer een gastvrije plek waar je altijd welkom bent, in welke periode je hier ook komt.

Onze wandelcoach Els Eckharst was deze keer afwezig wegens andere werkzaamheden. Dus gingen de vele wandelaars deze keer op pad met wandelcoaches Eltjo Glazenburg en Ooldrik Modderman. De groep werd verdeeld in 2 groepen (gezien het grote aantal wandelaars) Er werd gewandeld in tegengestelde richting.

De route: Houtweg-Metbroekweg(bos)-langs Ruiten Aa- J. Hemrikpad (kan er niet achter komen wat hier de geschiedenis van is)-Liefstinghsbroekbos-Weende-Doene Esweg.

De van Bommelhoeve, een Oldambster boerderij in Vlagtwedde.Toen de nonnen 40 jaar geleden deze Oldambster boerderij tot hun vakantieverblijf verbouwden wisten ze niet hoe goed de lokatie was gekozen. Hermeandering van de Ruiten Aa, plan Ellersinghuizer veld, EHS Westerwolde, het  waren allemaal woorden van de toekomst. Toen was er een prachtig authentiek pand, net buiten de bebouwde kom van Vlagtwedde, in een landbouwgebied in de buurt van het Metbroekbos. Nu zijn de gronden rond de Herberg de van Bommelhoeve eigendom van de vereniging van Natuurmonumenten en is het gebied  grotendeels heringericht naar de situatie van rond 1850. Een landschap dat de meeste mensen meer doet denken aan Drenthe, met essen, bossen, houtwallen en velden.De hoeve is van rond 1900 en van het  westerwoldse variant van het “Oldambster” boerderijtype. Dit type kenmerkt zich doordat het woonhuis is gebouwd onder één doorlopende nok met de schuur, waarbij het woonhuis smaller is dan het achterhuis. De verspringingen in de zijgevels, worden “krimpen” genoemd. Het dak wordt gedragen door gebinten die de hoeve in de lengte verdelen in circa vier meter brede vakken, deze zijn grotendeels nog zichtbaar. Aan de zijden van het achterhuis waar vroeger de koeien stonden zijn nu de zes B&B kamers gemaakt. In het midden onder de gebinten vindt u de open haard met lounge stoelen en banken, de oude nonnentafel waaraan gegeten kan worden en de leestafel. De halfopen Beune (westerwolds voor zolder..) is heel geschikt om te kaarten, te schaken of andere spellen (sjoelen..) te doen. Het hele achterhuis is alleen voor onze gasten, net als de aangebouwde serre, voor het ontbijt of gewoon om te zitten. Buiten ligt het zeer ruime en beschutte terras en de tuin met diverse zithoekjes.

Hier vertroefden vanaf de jaren 1960 frnaciscaner zusters van het katholieke ziekenhuis Sint Lucas uit Winschoten in retraite gingen. Later kreeg de boerderij een recreatieve bestemming.

Een retraite is een afzondering voor spiritueel zelfonderzoek en geestelijke oefening.

Metbroekbos: Lange tijd werden de bomen van het Metbroekbos door de buurtbewoners gebruikt voor van alles en nog wat. Na de novemberstorm van 1972 laat Natuurmonumenten de natuur haar gang gaan in het Metbroekbos. Als een boom sterft blijft hij gewoon staan. Spechten en holenduiven broeden in zo’n dode boom. Als de boom omvalt, zullen mossen, insecten en paddenstoelen het dode hout blijven gebruiken. De insecten trekken weer vogels aan. Kortom: de natuur wordt veel rijker als de dode bomen in het bos achterblijven.

Het Metbroekbos is om een aantal redenen bijzonder:

1 • Het is een restant van een oorspronkelijk veel groter bosgebied in Westerwolde.

2 • Het Metbroekbos en het Liefstinghsbroek zijn de meest gevarieerde loofbossen van Nederland met zomereik, beuk, gewone esdoorn, zachte berk en es. De onderbegroeiing is goed ontwikkeld.

3 • De akkers van Natuurmonumenten zijn boomweiden en de oudste daarvan worden al sinds 1976 beweid door Lakenvelders.

4 • Het nabij gelegen gehucht Smeerling kent een aantal prachtige Saksische boerderijen uit de 1e eeuw

Het Liefstinghsbroek:Is het oudste bos van de provincie Groningen en werd reeds in 1590 genoemd. Bij de verdeling op 24 januari 1590 van de goederen van Elisabeth Addinga van Westerwolde, weduwe van de hoofdeling Joest Lewe werd aan hun zoon Jurgen Lewe toegedeeld: “die helffte van ’t busch mit sijne eijckelscharen gronde toebehoren en gerechticheijden genoemt Lievestinge broeck”. Dit bos behoorde toe aan erve Liefstingh in Weende, dat voor het eerst genoemd werd op 31 juli 1474 als Levestinghus.Het gebied, bestaande uit een oerbosgebied met bosvegetatie en moerasachtige delen, maakt deel uit van het Dal van de Ruiten A.

Nazaten Addringa’s :En juist in deze tijd kregen de Addinga’s vaste grond onder de voeten in Westerwolde. Ze waren uitgeweken uit het door zeewater verzwolgen Reiderland en kregen in 1370 van het klooster van Corvey toestemming om op kloostergrond bij Wedde een burcht te bouwen. Ze kregen daarbij niet alleen de uitgestrekte kloostergoederen, maar ook het collatierecht in “leen”. Dit betekende dat de Addinga’s het recht hadden een geestelijke (pastoor) te benoemen alsof deze door de bisschop was benoemd. In 1400 werd hen door de bisschop van Münster ook nog het wereldlijke gezag over Westerwolde toegekend. De bevolking werd getiranniseerd en de pastoors, onder wie Gherd van Vlagtwedde, gingen in 1392 protesteren. Echter zonder veel resultaat. De onderdrukking ging tientallen jaren door en pas na 1500 brokkelde de macht van de Addinga’s af. Het bos is het oudste bos van Westerwolde en maakt deel uit van de Natura 2000-lijst opgesteld door de Europese Unie.

Postkantoor huis Weende: Hierna kwamen langs gerenoveerd huisje van de bekende postbode Meind uit Westerwolde.

Weende: wordt al in de vijtiende eeuw genoemd. De naam is waarschijnlijk afgeleid van ween, wene, het Groningse woord voor wilg.

De Doene Esweg: is inderdaad een bijzonder pad. Velen hebben het woord “doen” in verband gebracht met het Groningse woord voor “dronken” en daar allerlei wilde verhalen bij verteld. Deze verhalen en interpretaties raken m.i. kant nog wal. De wetenschappelijk meest verantwoorde verklaring is dat “Doen” een Groningisme is voor “Duin”, meer specifiek “rivierduin”. En dit klopt precies met de landschappelijke gesteldheid ter plaatse, want de Doene Esweg loopt voor een groot deel langs een forse steilrand van één van essen van de boerschap van Weende, maar ook over een heuvelachtige richel die een restant vormt van een serie rivierduinen die de Ruiten Aa daar door de eeuwen heen heeft uitgesleten. De Ruiten Aa loopt er immers vlak bij langs. Een prachtige historische route die er al eeuwenlang ligt. Vlak ten noorden van Erve Liefstingh (voorheen boerderij Hesse) – en ook langs de Doene Esweg – ligt ook de Heilige Stoel. Dit landschapselement (een kuil in het perceel) is een overblijfsel van de Kruisprocessies uit de late Middeleeuwen die – blijkbaar – ook via de Doene Esweg liep. Na de Reformatie is de Biddag voor Gewas & Arbeid hiervoor in de plaats gekomen (dezelfde datum). De Doene Esweg zou je dus ook een Middeleeuwse processieroute kunnen noemen. De Heilige Stoel ook wel “Hillige Stoule” gemoend is een plek waar ook in de middeleeuwen werd gerust tijdens de Bidprocessies.

De wandelgroep van ooldrik modderman kreeg ook nog een prijsvraag opdracht: het verschil tussen Vennen en poelen. Toch waren er 2 die het juist antwoord wisten.

Blog-prijsvraag van Jelka Vale Boswachterblog: Het landschap van Westerwolde is vooral bekend van de kleinschaligheid en de diversiteit in natuurgebieden. Bos, heide, akkers, graslanden, een kronkelende beek en houtwallen. Maar wist je dat we in Westerwolde ook nog eens 57 vennen en poelen in onze terreinen hebben liggen? Sommige zijn heel herkenbaar, anderen zijn wat meer verstopt. Vennen en poelen:

Een ven en een poel? Is dat niet hetzelfde hoor ik je denken? Het is allebei een waterplas, maar er zit wel een verschil in oorsprong. Een ven is een natuurlijk ontstane waterplas op de hogere zandgronden. De bodem van een ven laat geen water door. Een ven wordt hoofdzakelijk gevoed door hemelwater.
Een poel is een aangelegde waterplas. Bijvoorbeeld als drinkplas voor vee, bluswaterreservoir of als wasplaats. Het water in poelen komt van grondwater en/of kwelwater.

Verslag/foto’s: Ooldrik Modderman

Ook foto’s gemaakt door Henny van Huizen en Henk Siks.

Klik HIER voor het album.

Op het beeldmateriaal op de website van RTV Westerwolde rusten auteursrechten.