Column ‘Geplaas’: Kijksportkomkommertijdmijmerij

Erik Rouppé

Afgelopen zaterdag de column van Erik Rouppé in het radioprogramma Brunchroom op Radio Westerwolde gemist? Geen probleem, lees het hier onderstaand alsnog of luister naar het audiofragment onder de tekst.

U zou het allicht eens een keer niet vermoeden natuurlijk, maar ik ben een fervent, door gezond chauvinisme gedreven, sportliefhebber. Fervent, dus dat wil zeggen in hart en nieren, maar het laatste jaar of de laatste jaren voornamelijk mét oren en ogen. Passief dus. Zo gauw er ergens minimaal twee Belgen achter elkaar aan over een weg, baan of door een veld beginnen te fietsen, wordt het rechtstreeks door de Belgische televisie uitgezonden, aldus Mart Smeets. En ik kijk daar dan naar. Naast het wielrennen volg ik met bovengemiddelde belangstelling het voetballen en de formule 1, maar ook sporten als boksen, atletiek, rugby, darten, motorcross, zwemmen, badminton, turnen, surfen, zeilen, skiën, judo, bobsleeën karate, korfbal, biatlon, roeien, driebanden, dameshockey, damesvolleybal, dameshandbal, damestennis, dameswaterpolo, damesschaatsen, damesdammen, dames-Grieks-Romeins-worstelen, damessimultaan schaken, dameskleiduifschieten en dameswakvissen. In willekeurige volgorde, maar wielrennen heeft naast voetbal en de Formule 1 wel een speciaal plekje.

Ik ben nog maar een klein neuspeuterend bebrild snotventje van negen jaar oud als ik met gezond bonzend hart en van hooggespannen verwachting rood gebloste wangetjes voor de pas gekochte kleurentelevisie van pappa en mamma plaatsneem. Vijf hele kanalen. Nederland 1, Nederland 2, Duitsland 1, Duitsland 2 en Duitsland 3. Voor alle inmiddels door de midlifecrisis verzwolgen vijfenveertigplus-viespeuken onder u: De Pin-Up-Club was er toen nog niet, die werd pas een dikke zeven jaar later gelanceerd. Of geëjaculeerd, zo u wilt. Het is zomervakantie, Buiten is het zwaar bewolkt en niet bepaald warm voor de tijd van het jaar. Weinig reden om naar buiten te gaan dus. Lekker man! Tour de France, Joop in het geel, bergetappe van Trets naar Pra Loup. Grote kopgroep vooruit. Zoetemelk in het wiel van Nederlands kampioen Johan van der Velde. Geen vuiltje aan de lucht. Letterlijk en figuurlijk niet, want het is prachtig weer in de Alpen. Totdat Van der Velde uit het niets ineens een hele vreemde zwieper maakt. Hij kan een val nog maar net voorkomen, maar de in zijn wiel fietsende Joop Zoetemelk niet! Joop kletst met zijn giecheltje op de flanken van Pra Loup tegen het asfalt. Ik schuif dichter naar de tv. Het zal toch niet. Bloed! Bloed aan Joops elleboog! Helmen hadden toen geen nut. In ieder geval niet voor ellebogen. Gelukkig krabbelt Joop snel op en weet hij binnen niet al te veel tijd weer aansluiting bij de groep te vinden. De schade lijkt mee te vallen. Opgewonden neem ik het allemaal in me op, snuif het gulzig naar binnen als Geer en Goor tijdens Sensation White in hun meest inhalige doldwaze witte-snuif-marathon-dagen.

Maar zo gemakkelijk als op die zomerdag in 1980 ging het doldwaas naar binnen snuiven van de wielersport niet altijd. Soms was er in de Tour de France een wandeletappe of kon de helikopter vanwege het weer de lucht niet in. Had ik eerst anderhalf uur met een kopje thee en zakje paprikachips zitten wachten op de uitzending, gebeurde er vervolgens in de twee uren daarna werkelijk helemaal geen ene reet! Twintig kastelen gezien, twaalf restanten van kastelen, veertien restanten van restanten van kastelen, acht miljoen zonnebloemen, koeien, tarwe, mais en zesenvijftig​lavendelvelden. Twee man aan kop. Meestal van team Raleigh. Honderdachtentachtig verveeld keuvelende wielrenners daar een paar minuten achter. Petjes achterstevoren. Knetemann met zonnebril op sterkte. Theo Koomen op de motor. Tot er in de slotfase toch nog even ferm op de trappers werd gestoempt. Ik vol spanning weer een half metertje dichter bij de fonkelnieuwe kleurentelevisie van pappa en mamma. “Erik, kom we gaan eten!” Hoe is het in Godsnaam mogelijk! “Ja maar….”. “Nee, kom. Eten doen we in de keuken aan tafel”. Bord op schoot bestond toen nog niet. Of die talloze keren dat ik net verheugd plaats had genomen voor de fonkelnieuwe kleurentelevisie van pappa en mamma en er werd aangebeld. “Erik, kom je mee? We gaan zwemmen in De Wedderbergen”.” Ja maar……” “Ach jong, schei toch uit met dat domme fietsen, dat is toch geen zak aan, kom….” Dilemma, maar nee zeggen was nooit een optie.

Zaterdagavond 4 januari, half twaalf. Studio Sport. De kerstboom is met straffe hand de deur gewezen. Balletjes keurig in de zak, piek weer in de doos. Op naar een volgende jaarwisseling. Dat zou op veel plaatsen best wel eens een vuurwerkloze jaarwisseling kunnen worden overigens. Op papier tenminste. Ik schenk een glas wijn in, fuck dry january, en ga eens goed voor de niet meer zo heel erg nieuwe Sony Bravia smart tv van pappa en mamma zitten. Het sportaanbod zal aan de andere kant wel wat ijzig magertjes zijn, vermoed ik zo. De formule 1-bolides worden momenteel verwekt in de grondig afgeschermde fabrieken, gefietst wordt er af en toe alleen door wat Belgische smurrie, Mathieu van der Poel voorop, en de eredivisieclubs doen inspiratie op in het Midden Oosten. Van de kouwe grond naar de hete grond. Toeval is logisch, zou Cruijff er over gezegd kunnen hebben. En inderdaad. Het langlaufen, schansspringen, marathonschaatsen en de interviewtjes kunnen me maar zeer matig bekoren. Wintertijd, kijksportkomkommertijd. Bij een verslag van de basketbalwedstrijd tussen Leiden en, schrik niet, Feijenoord Rotterdam haak ik definitief af. Dat trek ik niet. Basketbal van Feijenoord. Er zijn grenzen.

Ach was het maar weer voorjaar of zomer. Lekker ballen, op de fiets of in de auto. Ik kan niet wachten. Het is dan wel te hopen dat het tegen die tijd in Vriescheloo bij tijd en wijle jonge katten regent bij een temperatuurtje van pak ‘m beet een graadje of zestien. Dat scheelt een hele hoop gezeur.

Erik Rouppé

Luister hier de column van Erik terug

Op het beeldmateriaal op de website van RTV Westerwolde rusten auteursrechten.