De natuur door de ogen van Henk Kamstra februari 2020

Foto: Henk Kamstra

WESTERWOLDE, TER APEL – Regelmatig publiceren wij op Westerwolde Actueelartikelen over de natuur in Westerwolde. Auteur is Henk Kamstra uit Ter Apel. Ook de foto’s zijn van zijn hand.

Zwammen in de winter.
Bij paddenstoelen zullen de meeste mensen allereerst aan de herfst denken. We kunnen echter ook in de andere seizoenen paddenstoelen tegenkomen. Zo ook in de winter. Dit zijn niet alleen de meerjarige paddenstoelen zoals de echte tonderzwam, maar ook b.v. een gewone oesterzwam die vaak verschijnt na een vorstprikkel. De oesterzwam is een goed eetbare paddenstoel. Maar als je er geen verstand van hebt kun je je beter beperken tot champignons uit de supermarkt.
Met name in Hongarije worden al honderden jaren oesterzwammen geteeld op stukken populierenhout dat geënt wordt met het mycelium van de oesterzwam. Het inademen van grote hoeveelheden sporen kan echter leiden tot oesterzwamkwekerslongen.

Korstmossen.
Bij de jaarlijkse kerstwandeling op tweede kerstdag van IVN Westerwolde-Oldambt waren deelnemers zeer verrast bij het zien van van rood bekermos met zijn opvallende rode vruchtlichamen waarin de sporen worden gevormd. Dit was wel een buitenkansje, want deze rode sporenlichamen zijn lang niet altijd te zien. Er zijn echter meer korstmossoorten waarop rode vruchtlichamen zitten. Pas aan het einde van de 19e eeuw werd ontdekt dat korstmossen fundamenteel verschillend zijn van mossen.
Korstmossen zijn een samenleving van een alg en/of een blauwwier met een schimmel. De alg en/of blauwwier zorgt voor het maken van koolhydraten  d.m.v. de fotosynthese. De schimmel geeft vooral de vorm en beschermt tegen uitdroging , UV-straling en vraat.  Rendieren eten trouwens wel korstmossen.

Vogels in de winter.
Bij de Nationale tuinvogeltelling kon ik, behalve een groep koolmezen, maar weinig soorten melden. Een paar maal zag ik een keep. Je moet altijd goed kijken anders zie je hem voor een vink aan . In de winter bij ons zijn ze nog in winterkleed. Door het afslijten van de lichte veerranden wordt de kop van het mannetje langzamerhand donkerder en tenslotte glanzend zwart. Maar om dit te kunnen zien kun je het beste een keer de zomervakantie doorbrengen in het noorden van Scandinavië waar hij broedt. De laatste dagen zie ik echter ook weer groenlingen en geelgorzen.

Lelijk eendje.
In 1843 schreef de Deense schrijver Hans Christian Andersen het sprookje van “Het lelijke jonge eendje”. Deze werd echter later een prachtige mooie zwaan. Het verhaal slaat natuurlijk op het feit dat de jonge zwanen nog niet mooi wit, maar bruin/grauw van kleur zijn.
Aan de rand van Groningen in de wijk Beijum trof ik deze winter een viertal jonge knobbelzwanen aan waarvan er 2 wit waren. In 2008  fotografeerde ik al eens een knobbelzwanennest waarin één van de jongen  ook wit was.
De verklaring hiervoor is dat men vroeger in Polen zijn verder gaan fokken met een witte mutatie bij jonge knobbelzwanen. Deze vormen komen zo nu en dan ook terug bij (ver)wilde(rde)  zwanen. 

Op het beeldmateriaal op de website van RTV Westerwolde rusten auteursrechten.