Monument van 21 cortenstalen markeert het Stadskanaalster Achterhuis

Foto: Catharina Glazenburg

STADSKANAAL – Aan de Kromme Wijk in Stadskanaal herinneren 21 stalen platen aan de familie Drenth die 16 onderduikers uit Duitse handen wist te houden.

Aan de Krommewijk in Stadskanaal stond een klein boerderijtje. Daar woonden Lammert en Hindertje Drent- van der Sluis met hun dochters Fennie en Lammie. In 1942 kwam er een vijfde bewoner bij. Dit was Nathan de Levie, een Joodse veehandelaar uit Gasselternijveenschemond. Hij had een oproep gekregen dat hij zich bij Kamp Westerbork moest melden.

Een paar weken kwamen ook Nathans vrouw Hertha de Levie – Salomons en hun kinderen Edith en Herbert naar het boerderijtje. Ook zij waren niet meer veilig voor de Duitse bezetters. Het gezin woonde in de voorkamer van het boerderijtje aan de Krommewijk.

En er kwamen nog meer onderduikers: Bennie Kosses uit Vlagtwedde, Selma, Leo en Willie de Levie uit Nieuwe Pekela, Bennie de Levie en Sophia de Levie – Goldschmidt, Rebecca Kosses en Bennie en Jeanette Dalsheim uit Stadskanaal. In de laatste jaren kwamen Freerk en Eildert er nog bij. Zij waren de Duitse werkverschaffing ontvlucht. Ook was er nog plaats voor Johann een gedeserteerde Oostenrijkse soldaat.

Dochter Lammie ging in 1943 werken als typiste bij het Kringhuis van de NSB in Stadskanaal. Dit verschafte de familie een goede dekmantel, waardoor ze bespaard bleven voor huiszoekingen. Door de buitenwereld werd Lammie met de nek aangekeken; ze werd beschouwd als een verrader. Zij kreeg in december 1944 een dochter: Hennie. De vader was Bennie Kosses, maar voor de buitenwereld was het een moffenkind.

Dankzij Lammert en Hindertje Drent, hun dochters en enkele goede vrienden uit het dorp hadden de onderduikers, die een financiële bijdrage in de vorm van “kostgeld” betaalden, gedurende de oorlog voldoende te eten. Ze hebben allemaal de oorlog overleefd. Op 8 mei 1945 trouwde Lammie met de zes jaar oudere Bennie Kosses.

In 1979 werd Hindertje Drenth-van der Sluis op de Israëlische Ambassade in Den Haag onderscheiden als Rechtvaardige onder de Volkeren. Willem Drenth, overleden in 1964, ontving dit eerbetoon postuum.

Het boerderijtje kreeg na de oorlog de naam: Het Stadskanaalster Achterhuis. Het werd later door brand verwoest. Op het terrein zijn 21 platen van Cortenstaal geplaatst. Zij verwijzen naar de 21 personen die gedurende de oorlogsjaren in het Achterhuis woonden en zijn geplaatst als bladzijden uit een boek. Naast het monument, dat de naam Monument 21 heeft gekregen, staat een bankje en een zuil met de namen van 19 van de bewoners. Middels een QR-code kan meer informatie over het monument worden opgevraagd.

Initiatiefnemers waren Helen Käminck, Jaap Duit en Wim Laphor. Samen hebben ze in 2018 de Stichting Drenth Monument opgericht. Het monument is ontworpen door Bernard Winkel en Leo Kaldenbach, twee leden van het kunstenaarscollectief WINKAL te Ter Apel. Het benodigde bedrag, 70.000 euro, is bij elkaar gebracht door middel van donaties, subsidies en fondsen zoals Leader, de Rabobank en het Prins Bernard Cultuurfonds. De gemeente Stadskanaal, eigenaar van het terrein, verleende de vergunning tot het plaatsen van het monument.

Het monument zou in april van dit jaar officieel onthuld worden. Hierbij zouden ook de nu 93 jarige Lammie Kosses-Drenth en Commissaris van de Koning René Paas aanwezig zijn. Maar vanwege de coronamaatregelen werd het uitgesteld. De onthulling vindt nu mogelijk na de zomer plaats.

Bron: http://www.stolpersteinegemeentestadskanaal.nl/

Foto’s: Catharina Glazenburg en Streek Historisch Centrum Stadskanaal

Op het beeldmateriaal op de website van RTV Westerwolde rusten auteursrechten.