GRONINGEN – Het meldpunt “vissterfte” komt bij een overheid zoals de gemeente of het waterschap. Dit is één van de uitkomsten van het debat over de Dierennota, dat op verzoek van de Partij voor de Dieren geagendeerd stond als discussiestuk tijdens de raadsvergadering afgelopen woensdag. De motie “Vissen in Nood”, die de partij hierover samen met de Stadspartij indiende, werd aangenomen.
Kirsten de Wrede, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, meent dat het meldpunt “vissterfte” bij een overheid als een gemeente of een waterschap thuishoort. “Het is evident dat vissers niet het beste voor hebben met vissen. Als burger ga je niet zoeken op de site van de Hengelsportfederatie als je tien dode vissen in de sloot ziet liggen. Dan zoek je op de site van de gemeente, of een waterschap, of de Dierenbescherming”.
In de nieuwe Dierennota stond dat er een meldpunt “vissterfte” was op de site van de Hengelsportfederatie. De Wrede is van mening dat het niet de bedoeling is dat een belangenclub als de Hengelsportfederatie een dergelijke taak heeft. “Bovendien, als er dingen moeten gebeuren zoals de waterstand verhogen, dan is het toch aan de waterschappen en eventueel de gemeente om dat uit te gaan voeren. Ook in dat opzicht is het logisch om overbodige schakels eruit te halen.”
Bij het begrotingsdebat in 2019 was een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen om de oude dierenwelzijnsnota “Van kop tot staart” uitgebreid te herzien. Over die nieuwe nota werd woensdag vergaderd. Behalve de aangenomen motie over het meldpunt “vissterfte”, beschouwt de Partij voor de Dieren de toezegging van wethouder Jongman over de verkoop van levende kreeften op de markt als een mooi succes. De wethouder stelde namelijk dat als het verbod in Amsterdam juridisch standhoudt, het verbod ook in Groningen zal worden ingevoerd.
Ingezonden