WESTERWOLDE – Bé Eelsing maakte onderstaande reportage van de ijsvogel in Westerwolde.
Een blauwe flits en een fluitende roep: zo kondigt een ijsvogel zich vaak aan. IJsvogels komen de laatste jaren ook weer in Westerwolde voor. Ze zijn blauw en oranje gekleurd. Beetje plomp gebouwd met korte staart en een grote kop en snavel,witte keel en zijhals, vleugels en kruin groenachtig blauw met een helderblauwe rug en stuit. Ze zitten vaak rechtop op een laaghangende tak boven het water te loeren naar visjes. Vliegt luid roepend over het water en is dan goed te zien. Vrouwtjes hebben een oranjerode snavelbasis, bij de man is die zwart.
Ze broeden vanaf februari/maart. Ze graven tunnels van zeker een 0,5 meter in oevers, in wanden maar ook wel tussen wortels van bomen of in een kunstmatige ijsvogelwand. Meerdere legsels per jaar van meestal 6-7 eieren. Man en vrouw broeden de eieren in 19-21 dagen uit. De jongen zitten zo’n 22-28 dagen op het nest voor ze uitvliegen.
’s Winters zijn ze ook te zien bij open water, op zoek naar voldoende voedsel – kleine visjes, waterinsecten en dergelijke – en ijsvrij, helder water om dat voedsel te kunnen bemachtigen.
Strenge winters maken veel slachtoffers onder de ijsvogels. Je kunt de ijsvogel helpen door een wak te maken. Dit kun je het beste doen op een rustige plek waar niet teveel mensen langslopen en waar beschutting is, zoals onder een overhangende tak of struik. Dit hoeft geen enorm wak te zijn, het beste is juist om een zo klein mogelijk wak te maken met een doorsnede van twee meter. Zo komen er geen andere groepen watervogels op af. Door een rustige plek uit te kiezen en een stok in het water te steken, geef je de ijsvogel ook een landingsplek. Een dikke tak voldoet hier ook.
Bron: Vogelbescherming
Foto’s: Bé Eelsing
